menu
Foto van Vlammende brandweerkazerne in Weert

Vlammende brandweerkazerne

Weert

Een efficiënte organisatie van functies en een heldere logistiek is voor de brandweer van groot belang. Zeker in Weert,  waar de nieuwe brandweerkazerne niet alleen een uitvalsbasis voor de brandweer van Weert is, maar ook als districtskantoor dient. We hebben een stoer en functioneel ontworpen dat ook transparant en sympathiek overkomt. Passend bij de uitstraling van de brandweer.

De locatie was beperkt om alle gebruikerswensen in toe te passen. De kazerne is daarom op een uiterst compacte manier gerealiseerd. Zo hangen de kantine, instructie- en fitnessruimte aan de staalconstructie van de remise (garage) en vormen op die manier de eerste verdieping. Op de begane grond zijn de kleedruimtes en werkplaatsen. Er is rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding op de tweede verdieping.

stoer maar transparant

Door een zorgvuldige positionering van de ruimtes ten opzichte van de zon is de kazerne energiezuinig. De remise is op het zuiden georiënteerd en heeft een luifel om de zoninstraling te beperken. De werkplaatsen en kantoren liggen op het noorden en blijven koel. Tevens is het ontwerp transparant, zowel aan de buitenkant als binnenin. De openheid van de binnenruimtes zorgen dat  de verschillende organisatieonderdelen  met elkaar worden verbonden. 

heldendienst met klasse

Van buitenaf is goed zichtbaar hoe de brandweer functioneert. Daarnaast hebben we bewust gekozen voor een markante vormgeving en stoere materialisering. De gevels zijn uitgevoerd in gietijzeren panelen, die zijn voorzien van een patroon in reliëf (verdiept of verhoogd) of geperforeerd.

De brandweer uit district Weert kan voortaan uitrukken vanuit een herkenbare, duurzaam en beeldbepalende kazerne. De gunstige positie van het gebouw op de beschikbare locatie, de bijzondere architectonische verschijningsvorm, de hoogwaardige materialen en zorgvuldige detailleringen maken het gebouw een echte eye-catcher. 

opdrachtgever

Gemeente Weert

realisatie

2011

publicatie

Klapwaker, april 2009